Vers Champignonsubstraat

Voor het verkrijgen van een geschikte voedingsbodem voor de champignon (Agaricus bisporus) dient een welbepaalde menging van grondstoffen te worden aangehouden. De champignon (een saprofyt) groeit immers op dood organisch materiaal. Voor dit substraat worden als grondstoffen water, stro, paardenmest, kippenmest en gips gebruikt. De NV Karel Sterckx heeft al generaties ervaring met de bereiding van vers champignonsubstraat. Het product staat sindsdien bekend voor zijn constante en uitstekende kwaliteit.

De belangrijkste doeleinden van fase I zijn het op peil brengen van het vochtgehalte, het homogeniseren en het “selectief” maken van het substraat, met andere woorden het substraat geschikt maken voor het champignonmycelium en minder aantastbaar door concurrerende micro-organismen.

Fase I, het bereiden van vers champignonsubstraat, omvat 3 onderscheiden processen : vooreerst het voorbereiden van stro, daarna het mengen van de grondstoffen en de eigenlijke compostering in bunkers.

Het stro (enkel tarwestro!) wordt losgemaakt, bevochtigd en aangerijkt met kippenmest waardoor het een lichte compostering ondergaat. Sterckx werkt met minimaal 20 % stro om een goede structuur van het substraat te garanderen. Daarna wordt het bewerkte stro gemengd met de paardenmest. Sterckx selecteert enkel verse paardenmest van de beste manèges. Op dit ogenblik worden ook proceswater (op vocht brengen van het substraat om droogbroei te vermijden), kippenmest (als stikstofbron) en gips afkomstig van de voedingsindustrie (als regulator van de zuurtegraad en bevorderen van de structuur) bijgemengd.

Nu volgt de eigenlijke compostering. Dit is een gestuurd proces gedurende 6 dagen op hoge temperatuur in composteringsbunkers, voorzien van een actieve vloerbeluchting. Een composteringsbunker kan ca 750 ton substraat bevatten en is 40 m lang, 9 m breed en 8 m hoog. Het substraat wordt in horizontale lagen gevuld door een bovenliggende vulunit om een homogene menging te bekomen.

De bunkers zijn gesloten betonnen ruimten waarin het te composteren substraat op een betonvloer met een ingewerkt buizenstelstel wordt gelegd. Via kleine openingen in dit buizenstelsel wordt lucht doorheen de compost geblazen. Dit beluchtingssysteem wordt “spigotfloor” genoemd. In de beluchte vloer wordt een zekere voordruk gecreëerd waarbij de lucht al een zekere weerstand moet overwinnen om doorheen de vloer te passeren. Het is momenteel aanzien als de beste manier om compost te produceren omdat de lucht gegarandeerd gelijkmatig doorheen het substraat verdeeld wordt. Belangrijk tijdens deze gestuurde compostering is dat het substraat in de bunker 80 °C bereikt voor een volledige ontsluiting van het stro en dat het proces aeroob verloopt met het oog op de kwaliteit van het product en het verminderen van emissies. Het proces is dan ook volledig computergestuurd.

Door onze manier van werken in opeenvolgende fasen is de flexibiliteit in productieschema en receptuur behouden. Dit waren kenmerken van de traditionele manier van composteren in open lucht die decennialang zijn waarde bewezen heeft. Dit biedt de NV Karel Sterckx het extra kwaliteitsvoordeel : de mogelijkheid om continu bij te sturen (bv qua vochtgehalte en stikstofhoeveelheid) en verbeteringen door te voeren. De bunkers zijn voorzien van extra ventilatoren om de proceslucht continu af te zuigen. Via een geleide emissie langs een biologische wasser wordt de lucht door een schoorsteen op 60 meter hoogte gebracht. Op die manier wordt geuremissie vermeden. De lucht die uit de composteringsinstallatie komt is heel warm en vochtig, dus heel energierijk. De energie uit deze lucht wordt zoveel mogelijk teruggewonnen via warmtewisselaars die warme lucht in de loodsen voeren en de vloerverwarming voorzien. Globaal betreft het hier dus een unieke composteringsinstallatie met afzuiging en luchtbehandeling waarbij de totale procesgang van het composteren gevolgd en gestuurd wordt, dit zonder concessies te doen aan de essenties van het traditioneel proces. De bereiding van vers substraat wordt afgesloten met een narijpingsfase waarbij de compost terug volledig gekoloniseerd wordt met nuttige micro-organismen.